Ontrafel een vintage patroon – Maar wat voor wol gebruik je nou? Pt 1. πŸ”ŽπŸ‘

**<Pirate voice> Yaaarrrrrrrrn! Door een prompt op FBΒ  zoomen we vandaag eens in op de soorten garens die geschikt zijn voor vintage patronen. Vandaag deel 1!**

 

Lieke en ik waren al door de wol geverfde breiers (ha ha) voor we ons serieus in vintage patronen gingen verdiepen. Daardoor hadden we al een beter idee van wat voor wol of garens geschikt zouden zijn voor onze geliefde vintage breisels. En waar we die kunnen krijgen! Maar als je nog niet zo lang breit, kan het best verwarrend of intimiderend zijn om je weg daarin te vinden.

Vandaar dat we inzoomen op garens. Wij gebruiken meestal de dikteverdeling van garens zoals die op Ravelry gebruikt wordt, weights: uit hoeveel draden bestaat de getwijnde draad; hoe vaak kun je de wol over een inch lengte omwinden; en wat is de stekenverhouding. Dat is niet precies hetzelfde als de verdeling in naalddikte die we in Nederland traditioneel aanhielden en in vintage patronen te vinden is.

De meest gebruikte naalddikte in de vintage patronen zijn naalden 2, 2,5 en 3, soms ook 2,75 en 3,25. Dit past bij light fingering en fingering weights, ook wel 3-ply of 4-ply genoemd. Uit de Britse breigeschiedenis weten we de ouderwetse 3-ply dikker was dan die van nu en meer overeenkomt met de huidige 4-ply. Het breiwerk was ook vaak strakker gebreid dan nu en voelde daardoor wat vaster; misschien om geen warmte tussen de steken door te verliezen? Royaler gebreide kleding is lekker soepel, maar de wind kan er alsnog doorheen waaien als er geen pluizige halo is. Fijn in een wereld waar centrale verwarming niet standaard is! Soms worden ook nog dunnere garens gebruikt, lace weight, maar die worden met dezelfde naalddiktes gebruikt. Bij kantbreisels is het de bedoeling is dat er meer ruimte tussen de steken zit.

 

Fingering weight zit vaak op bollen of strengen van 50 g, waar meestal iets meer dan 200 meter op zit. De ervaring heeft ons geleerd dat je, met onze hedendaagse maat 36/38 voor een vintage jumper met een hoge taille en korte mouwen, genoeg hebt aan 800 m – dus 4 bollen van 50 gr. Voor ajourbreisels (met veel gaatjes) is dat minder, voor kabels en gehaakte onderdelen meer. En lange mouwen en grotere maten natuurlijk ook, maar dat spreekt vanzelf! Met light fingering of lace weight heb je nog minder nodig! Sommige moderne semi-sport weights (een stapje boven fingering) zijn ook geschikt. Degenen die een soepel breiwerk geven op naalden 3,5 of 4 mm, maar ook nog werken op fijnere naalden.

Moderne patronen voor truien en vesten zijn voor een groot deel in DK, Worsted, Aran en Bulky (ca. naalden 4, 5 en 6 maar met uitschieters tot 8 en 9).Β  Vanaf de de jaren ’60 werden dit soort garens pas echt populair, al vindt je af en toe wel eens een patroon uit ‘onze’ periode voor wol in die dikte. Maar we concentreren ons nu op de dunnere soorten wol! In het volgende deel van deze serie gaan we in op grote wolmerknamen, die (relatief) makkelijk verkrijgbaar zijn en redelijk voordelig. Ondertussen kun je in onze eerdere posts over projecten zien wat voor wol wij recent gebruikt hebben voor vintage projecten!

ETA 29-8-2017: 6 bollen gecorrigeerd naar 4 πŸ˜‰

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *